Ter Inleiding



Het begrip ‘aqîda’ komt van de stam °aqada, ‘versterken’, ‘vastbinden’. Het religieuze begrip betekent ‘vaste overtuiging die elke twijfel uitsluit’. De wetenschap van de ‘aqîda’ behandelt de zes pijlers van de islamitische ‘imân’, ‘geloof’.

 

 

 

De Uniciteit van Allah

 

De studenten werken aan lesvoorbeidingen over soera ‘al-Ichlâs’, over de ‘Mooie Namen van Allah’, over verzen 59: 22-24 (cfr. Fris, blz. 33), over vers 2: 285; verder over de traditionele geloofspunten zoals aangebracht in de hadîs - Djibrîl.


1. De islamitische geloofsbelijdenis

 

2. Al-imân al-idjmâli


Iedereen die de geloofsbelijdenis uitspreekt en met zijn hart bevestigt, is een ‘moe’minoe’ (een gelovige). Dit geloof wordt binnen de hanafi traditie al-imân al-idjmâli genoemd, d.w.z. de ‘samenvatting van het geloof’. Ze omvat alles wat men moet geloven en is tegelijk de eerste stap van het geloof. Maar de islam houdt ook de ‘praktijk’ in. Allah heeft de mens inderdaad geschapen om Hem te aanbidden. Via Zijn Profeten en Zijn Boeken geeft hij de mens ook de middelen dit te doen (cfr. 2: 285). 


De zes pijlers van het geloof: al-imân at-tafsîli



Het geloof (‘al-imân’) van de moslim omvat zes pijlers (‘arkân’), nl. het geloven:

1) in Allâh 
2) in de Engelen van Allâh 
3) in de Boeken van Allâh
4) in de Profeten u van Allâh
5) in de opstanding na de dood
6) in de voorbeschikking door Allâh van alles wat gebeurt.

Deze zes principes zijn de pijlers van het geloof: ze worden, binnen de hanafi madzhab, ‘al-imân at-tafsîli’ genoemd, d.w.z. de gedetailleerde geloofspunten.

In Allâh geloven verheft de geest van de mens. Dit geloof weerhoudt hem van slechte daden en gedachten. Slechtheid heeft geen toegang meer tot zijn hart. Hij weet dat de Ene God alles weet wat hij doet, alles wat in hem opkomt. Er komt een dag waarop hij aan Allah rekenschap zal moeten afleggen. Zelfs waar geen mens hem ziet, vermijdt hij alles wat strijdig is met Allahs gebod en niet overeenstemt met de moraal. Hij verrijkt zijn geest en zijn hart met alle soorten kennis die nuttig zijn voor deze wereld en voor het hiernamaals. Zoals hij de Schepper liefheeft, heeft hij ook de schepselen met hart en ziel lief. Hij verheft zichzelf nooit boven zijn medemens, noch vernedert hij zichzelf door voor anderen te buigen. Hij is dienaar of slaaf van niemand dan van Allah..


De Namen en Eigenschappen van Allah


a) Sommige namen zijn gemeenschappelijk aan Allah en Zijn schepselen, bijvoorbeeld ‘al-hakîm’, ‘de wijze’, ‘ar-rahîm’, ‘de vergevingsgezinde’, ‘al-karîm’, ‘de edele’. Wanneer deze namen toegekend worden, worden ze eigen aan de betrokken persoon. Zo men bijvoorbeeld de wijsheid (al-hikma) toekent aan Allah, is deze Hem eigen en kan ze niet écht vergeleken worden met de wijsheid eigen bijvoorbeeld aan een mens.

b) De islamitische traditie vermeldt de 99 Schone Namen van Allah. Ze gaat terug op een hadîs die overgeleverd wordt door verschillende Gezellen, met een aantal varianten: Aboę Hoerayra, Salmân al-Fârisi, °Abdoellah ibn °Abbâs, °Abdoellah ibn °Oemar, °Oemar, °Ali. “Allah heeft negenennegentig Schone Namen, honderd min één. Wie ze allemaal kent gaat het Paradijs binnen.” Alleen in de compilatie van Tirmîdzi en Ibn Mâdja worden, met varianten, Namen vernoemd. Hadîsspecialisten gaan ervan uit dat deze opsomming niet tot de oorspronkelijke traditie teruggaat, en dat het dus om een toevoeging (‘idraadj’) gaat.

c) In de eerstvolgende lesvoorbereiding wordt een onderscheid gemaakt tussen de Namen van Allah die te maken hebben met Zijn Essentie: ‘dzaatie’, Zijn Eigenschappen: ‘sifaatie’, en Zijn Handelingen: ‘fi°lie’. Deze opsplitsing gaat terug op de moslimgeleerden al-Asj°ari en Ma°toeridi en wordt vooral door de onvoorwaardelijken van Ibn Taymiyya verworpen. In het derde jaar wordt op de geschiedenis van het islamitische denken dieper ingegaan. De tweede lesvoorbereiding brengt een andere asj°aritische classificatie van Eigennamen van Allah.

 

Lesvoorbereiding van de Heer A. Dogan: Asmaa´ oe’l –Hoesnaa



DOELSTELLINGEN


1. Kunnen zeggen dat "Asmaa´oe’l-Hoesnaa" de 99 "Schone Namen" van Allah betekent.

2. Kunnen uitleggen dat de Schone Namen van Allah in 3 soorten onder te verdelen zijn: ‘dzaatie’, ‘sifaatie’ en ‘fi°lie’ namen.

3. De Schone Namen uit "Ayat Al-Koersî" en "Lau Anzalnâ" kunnen aangeven.

4. De Schone Namen uit "Ayat Al-Koersî en "Lau Anzalnâ" kunnen definiëren in het Nederlands. 

5. "Ayat Al-Koersî" en "LauAnzalnâ" uit het hoofd kunnen opzeggen.



BORDSCHEMA

Asmaa’oe’l -Hoesnaa

* dzaatie namen
vb. Ar-Rahmaan


* sifatie namen 
vb. Al-°Aliem


* fi°lie namen
vb. Al-Chaaliq


LEERSTOF VERTAALD IN VRAGEN EN OPDRACHTEN


Inleiding

Weet er iemand wat "Asmaa’oe’l-Hoesnaa" betekent?... Neen? Wel, "Asmaa'" is het meervoud van "ism" en "Hoesnaa" is afgeleid van "hoesn", wat vertaald kan worden als "naam" en "schoonheid".
Wij gaan het dus hebben over de Schone Namen van Allah. Dat zijn er 99 in totaal.

Les

De leraar deelt de bladen van ‘Asmaa’oe’l-Hoesnaa’ uit. Hij doceert en noteert op het bord.
"De Schone Namen van Allah zijn in drie soorten onder te verdelen. Ten eerste is er de persoonlijke (dzaatie) naam. Zo'n naam verwijst naar Allah alleen en naar niemand anders. De naam ‘Rahmaan’ is op Allah van toepassing en op Hem alleen. Wanneer men ‘Ar-Rahmaan’ aanroept, dan wordt er naar geen ander verwezen. Ten tweede zijn er namen die naar de eigenschappen van Allah verwijzen. Dit zijn de zgn. ‘sifatie’ namen. De naam ‘Al-°Aliem’, de Alwetende, verwijst naar Zijn volmaakte kennis. Dan zijn er in de derde plaats namen die praktisch gericht zijn. Zij staan bekend als ‘fi°lie’ namen. Deze namen zijn aktiegericht. Zo is één van zijn namen ‘Al-Chaaliq’, wat de Schepper betekent.
Oefening/Taak


De leraar deelt de werkbladen uit.
"Aan de hand van de werkbladen proberen jullie nu de Schone Namen uit "Ayat Al-Koersî” en "Lau Anzalnâ" te vinden. Een tip: praktisch alle Schone Namen beginnen met "al".


De negenennegentig schone namen van Allah:

Ar-Rahmaan De Erbarmer
Ar-Rahiem De Vergevingsgezinde
Al-Mâlik De absolute Heerser / De Koning
Al-Qoeddoęs De Heilige
As-Salaam De Bron van Vrede / De Redder / De Vredestichter
Al-Moe'min De Beschermer van geloof
Al-Moehaymin De Beschermer en Beheerder
Al-°Aziez De Machtige / De Sterke
Ad-Djabbaar De Onweerstaanbare
Al-Moetakabbir De Majestueuze
Al-Chaaliq De Schepper
Al-Baari' De Ontwikkelaar
Al-Moesawwir De Vormgever
Al-Ghaffaar De Vergever
Al-Qahhaar De Wreker / De Onderwerper
Al-Wahhaab De Gever
Ar-Razzaaq De Schenker van Onderhoud
Al-Fattaah De Opener
Al-°Aliem De Alwetende
Al-Qaabid De Samentrekker
Al-Baasit De Verruimer
Al-Chaafid De Vernederaar
Ar-Raafi° De Verheffer
Al-Moe°izz De Schenker van eer
Al-Moedzill De Onteerder
As-Samie° De Alhorende
Al-Basier De Alziende
Al-Hakam De Rechter
Al-°Adl De Rechtvaardige
Al-Latief De Goedertierende
Al-Chabier De Bewuste
Al-Haliem De Verdraagzame / De Zachtaardige
Al-°Aziem De Grote
Al-Ghafoęr De Meest Vergevensgezinde
Asj-Sjakoęr De Dank Aanvaardende
Al-°Alî De Allerhoogste
Al-Kabier De Bezitter van grootheid
Al-Hafiez De Beschermer / De Instandhouder
Al-Moeqiet De Onderhouder
Al-Hasieb De Opsteller van de rekening
Al-Djaliel De Schone
Al-Kariem De Edelmoedige
Ar-Raqieb De Waakzame
Al-Moedjieb De Verhoorder
Al-Waasi' De Alomvattende
Al-Hakiem De Wijze
Al-Wadoęd De Liefhebbende
Al-Madjied De Luisterrijke
Al-Baa°is De Opwekker
As-Sjahied De Getuige
Al-Haqq De Wezenlijke/De Waarheid
Al-Wakiel De Gevolmachtigde
Al-Qawî De Sterke
Al-Matien De Standvastige
Al-Walî De beschermende Vriend
Al-Hamied De Prijzenswaardige
Al-Moehsie De Optekenaar
Al-Moebdi' De Voortbrenger / De Beginner
Al-Moe°ied De Hersteller
Al-Moehyî De Levengevende
Al-Moemiet De Levenontnemer
Al-Hayy De Eeuwiglevende
Al-Qayyoęm De Zelfbestaande
Al-Waadjid De Vinder
Al-Maadjid De Nobele
Al-Waahid De Unieke
Al-Ahad De Ene
As-Samad De Onafhankelijke
Al-Qaadir De Machtige
Al-Moeqtadir De meest Machtige
Al-Moeqaddim Degene Die bevordert
Al-Moeacchir De Vertrager / De Uitsteller
Al-Awwal De Eerste
Al-Aachir De Laatste
Az-Zaahir De Openlijke
Al-Baatin De Verborgene
Al-Waalie De Regeerder
Al-Moeta'aalie De meest Verhevene
Al-Barr De Bron van alle goedheid
At-Tawwaab De Berouwaanvaardende
Al-Moentaqiem De Vergelder
Al-'Afoew De Schenker van Vergiffenis
Ar-Ra°oęf De Milde
Maalikoe’l-Moelk De Bezitter van Soevereiniteit
Dzoe’l-Djalaali wa’l-Ikraam De Heer van glorie en eer
Al-Moeqsit De Billijke
Al-Djaami°' De Verzamelaar
Al-Ghanie De Zelftoereikende
Al-Moeghnie De Verrijker
Al-Maani° De Verhinderaar
Ad-Daarr De Brenger van nood
An-Naafi'° De Begunstiger
An-Noęr Het Licht
Al-Haadie De Gids
Al-Badie° De Onvergelijkbare
Al-Baaqie De Blijvende
Al-Waaris De Erfgenaam
Ar-Rasjied De Gids naar het juiste pad
As-Saboęr De Geduldige

 

Top



D E    S O E R A     A L - I C H L Â S
D E  T O E W I J D I N G


Het 112ste hoofdstuk uit de Qoerân.
Het is Mekkaans en bestaat uit 4 verzen



Deze soera is een prachtige beschrijving van "de éénheid van ALLAH" (= absoluut monotheďsme) en geeft de fundamenten aan van de.Islam.

Hadîs (= overlevering)

Volgens echte (= sahîh) overleveringen kwam een groep Joden en ongelovigen naar de Profeet toe. Ze zeiden:
"Wat voor een wezen is Allah die u naar ons als Zijn profeet zendt en die aanbidding vraagt voor niemand anders dan voor Hem. Leg Hem aan ons uit, misschien geloven we je wel!" Daarop is deze ‘soera’ nedergezonden; Allahoe Taâla geeft er op de mooiste manier een beschrijving van Zijn Eénheid en Zijn Persoonlijkheid. 

Een andere Hadîs

Boechâri zegt, volgens een overlevering van Aboe Sa'ied: Eén van de metgezellen (=ashâb) hoorde een andere steeds opnieuw de ‘soera al-Ichlâs’ opzeggen. 's Morgens komt hij bij de Profeet en vertelt het gebeuren. De Profeet zegt daarop:

"Ik zweer bij ALLAH dat deze ‘soera’ gelijk is aan 1/3 van de QOERÄN."




Uitleg van de Soera al-ichlâs

In het begin van de soera beveelt God het volgende: " O Mohammed, zeg aan de ongelovigen: de God die ik aanbid en waarnaar ik jullie ook uitnodig, is Enig. In Zijn Persoon, Zijn Kenmerken, Zijn Bestaan is Hij Enig. Er is geen gelijkwaardige aan Hem of iemand/iets dat op Hem gelijkt."
Er bestaat geen 3-vuldigheid zoals de christenen het geloven (Vader – Zoon - Heilige Geest). Er bestaan geen goden buiten Allah zoals de polytheďsten (= veelgodendom) het geloven.

Allah is Enig en alléén. Dat Allah als Enig gekenmerkt wordt heeft 3 betekenissen en alle 3 zijn juist:

1.- Hij is Enig. Er bestaat geen tweede.
2.- Hij is Enig. Hij heeft geen gelijke en geen gelijkwaardige.
3.- Hij is Enig. Hij kan niet gedeeld worden of afgescheiden. 

Inzake de Eénheid van Allah zijn verscheidene bewijzen mogelijk. Laten we twee ervan eens bekijken:

1.- Indien op de aarde of in de hemel buiten Allah andere goden zouden bestaan, dan was er een onevenwicht tussen de goden. Er zou onrust heersen. De harmonie op de aarde zou verstoord zijn. 
2.- God heeft geen kinderen. Er bestaat geen andere god buiten Hem. Indien er een andere god zou zijn, dan zou elke god naar Zijn eigen evenbeeld scheppen. En de ene zou over de andere zegevieren...


God heeft aan niemand of niets behoefte. Maar Zijn schepselen hebben Hem nodig. Hij is de Eérste, de Laatste, de Oneindige; Hij Heeft noch begin, noch einde. Niet heeft Hij verwekt, noch is Hij verwekt. Noch in Zijn Persoon, noch in Zijn Kenmerken, op geen enkele wijze heeft Hij een gelijke, gelijkwaardige of een vennoot. 
De profeet e reciteerde tijdens de soennagebeden van het morgengebed de soera's ‘al-Ichlâs’ en ‘al-Kâfiroęn’. Beide soera's behandelen de éénheid van Allah. 


______________________________________________________________

Soera al-Ichlâs 

Hoofdstuk de toewijding

1-Qoel hoewa ‘Llâhoe ahad  1-Zeg: Allah is één
2-Allahoe ‘s-Samad  2-Allah, de Eeuwige
3-Lam yalid wa lam yoęlad  3-Hij heeft geen begin
Hij heeft geen einde
4-Wa lam jakoel lahoe koefoe- 
wan ahad Hem
4-Niets of niemand lijkt op


______________________________________________________________


Verklarende woordenlijst


* ashâb : vrienden (metgezellen) van de Profeet
* Boechâri : één van de bekendste verzamelaars van de profetische overleveringen
* hadîs : overlevering over de profeet
* ichlâs : toewijding, volledige overgave aan God
* kâfiroęn : ongelovigen
* monotheďsme : het geloof in één God
* polytheďsme : het geloof in vele goden
* sahîh : echt, de ware
* soenna : handeling of gezegde van de profeet
* soera : hoofdstuk uit de Qoerân



Lesvoorbereiding van de Heer A. HARROUCH



CVO – INSTITUUT VOOR VOLWASSENENVORMIMG
VAN HET GEMEENSCHAPSONDERWIJS – GENT


* Getuigschrift pedagogische Bekwaamheid *
Schoonmeerstraat 52 – 9000 GENT – Tel: 09/243 87 99



DOELSTELLINGEN


· De leerlingen kunnen het geloof in Allah binnen de °aqieda (geloofsleer) situeren.
· De leerlingen kunnen een aantal eigenschappen van Allah opsommen en uitleggen.


BORDSCHEMA

BismiLlâhi ’R-rahmâni ’R-rahiem

Geloven in Allah


Eigenschappen van Allah

  1. AL-WOEDJOĘD : De werkelijke bestaande.
  2. AL-QIDAM : Eeuwig, Allah's bestaan heeft geen begin. 
  3. AL-BAQÂ' : Allah's heeft geen einde .
  4. AL-WAHDÂNIYYA : Allah is ENIG.
  5. MOECHÂLAFATOEHOE LIL HAWÂDIS : Allah heeft geen gelijke.
  6. AL-QIYÂMOE BI-DDZÂT : Allah heeft voor zijn bestaan niets en niemand nodig. Hij is ZELFGENOEGZAAM.
  7. AL-HAYÂT : ( De levende ) Allah is levend.
  8. AL-°ILM : Allah is ALLESWETEND..
  9. ASSAM°OE : Allah is ALLESHOREND.
  10. AL-BASAR : Allah ziet alles.
  11. AL- IRÄDA : Allah leidt alles tot zijn bestemming.
  12. AL-QOEDRA : Allah Zijn macht is grenzeloos.
  13. AL-KALAM : Allah spreekt.
  14. AT-TAKWIEN : Allah heeft alles geschapen. 




BismiLlâhi ‘R-rahmâni ‘R-rahiem
In de naam van Allah de Barmhartige de Genadevolle


De zes pijlers van het geloof.


Het geloof (imân) houdt in::

1. Dat er geen god is behalve Allah en dat Moehammed Allah’s dienaar en boodschapper is;
2. het geloof in de Engelen van Allah
3. in de Boeken van Allah
4. in alle Profeten van Allah
5. in de opstanding na de dood
6. dat goed en kwaad door Allah zijn geschapen en gebeuren volgens zijn wil.

Zich baserend op de ‘hadîs Djibrîl’ definiëren moslims hun geloof dikwijls als volgt:

"Amantoe billâhi, wa Malâ ‘ikatihi, wa Koetoebihi, wa Roesoelihi, wal yawmil-âchiri, wa bil-Qadari chairihi wa sjarrihi ."



Dit betekent :

"Ik geloof in Allah, in Zijn Engelen, in Zijn Boeken, in Zijn Profeten, in de Laatste Dag, en in de lotsbestemming van zowel goed als kwaad."





1. Het geloof in Allah:


A. Allah leren kennen

Wij geloven in Allah, die de ontelbare schepselen op de aarde en in de hemel geschapen heeft; ze gemaakt heeft en weer zal vernietigen; die geen begin heeft en geen einde, die altijd bestaat, één is en geen gelijke of partner heeft, die lijkt op geen van de schepselen en die in zijn bestaan niets nodig heeft. Wij geloven dat Allah leeft, ziet, weet, voelt en hoort. Kortom, dat niets voor Hem verborgen is. Alles is voor Hem kristalhelder. Allah wil en doet zoals Hij wil. Niemand kan zich mengen in Zijn werk. Niemand kan weerstand bieden aan Zijn bevel. Hij heeft niet gebaard of verwekt en is niet gebaard of verwekt. Hij heeft geen helper, partner, gelijke of op Hem gelijkende. Er is niets wat Hij niet heeft kunnen doen of niet zal kunnen doen. Hij spreekt en Hij uit zich. Hij heeft alles uit het niets iets gemaakt.

Laa ilâha illa’Llah Moehammedoen Rasoęloe’Llah

Allah is de Schepper van alles; wat je ziet op deze aarde is door Allah geschapen, de zon, de maan, de planeten, enz....... . Er zijn geen andere goden buiten Allah. Hij omvat alles, weet alles, ziet alles en hoort alles.
Het kan zijn dat je je de vraag stelt:
Hoe komt het dat Allah maar 14 eigenschappen heeft ?
Hoe komt het dat wij het zo hebben geleerd van de moslimgeleerden ?
Wij weten allemaal bijvoorbeeld dat AR-RAHMAAN één van Zijn 
eigenschappen is: de BARMHARTIGE. Toch staat deze niet bij de 14 eigenschappen. Maar eigenlijk staat hij er wel tussen aangezien alle eigenschappen van Allah ontmoeten zich in deze 14. 


B. ALLAH’S EIGENSCHAPPEN

  1. AL-WOEDJOĘD : De werkelijke bestaande.
  2. AL-QIDAM : Eeuwig, Allah's bestaan heeft geen begin
  3. AL-BAQÂ' : Allah heeft geen einde 
  4. AL-WAHDÂNIYYA : Allah is ENIG.
  5. MOECHÂLAFATOEHOE LIL HAWÂDIS : Allah heeft geen gelijke
  6. AL-QIYÂMOE BI-DDZÂT : Allah heeft voor zijn bestaan niets en niemand nodig. Hij is ZELFGENOEGZAAM
  7. AL-HAYÂT : ( De levende ) Allah is levend
  8. AL-°ILM : Allah is ALLESWETEND
  9. ASSAM°OE : Allah is ALLESHOREND
  10. AL-BASAR : Allah ziet alles.
  11. AL- IRÄDA : Allah leidt alles tot zijn bestemming
  12. AL-QOEDRA : Allah Zijn macht is grenzeloos.
  13. AL-KALÄM : Allah spreekt.
  14. AT-TAKWIEN : Allah heeft alles geschapen.


Top


DE ENGELEN




De eigenschappen van de engelen zijn:

  1. ze zijn geschapen uit ‘noęr’, ‘licht’
  2. ze zijn levend en verstandig; ze hebben geen stoffelijk lichaam, en kunnen verschillende vormen aannemen;
    noch mannelijk, noch vrouwelijk; ze hebben geen ouders, echtgenoten, kinderen;
  3. ze slapen niet en worden niet vermoeid;
  4. ze zijn heel snel;
  5. ze zijn sterker dan andere schepselen van Allâh;
  6. ze eten en drinken niet; worden gevoed door het in herinnering brengen van Allâh
  7. ze zijn ontelbaar. 



Een paar namen:

  1. Djibrîl u (Gabriël): de ‘rasoęl’, gezant tussen Allâh en Zijn profeten u;
  2. Mikâ’îl (Michiels20): hij staat in voor de natuurwetten;
  3. ‘Malik al-maut’ (De ‘Engel van de dood’; de naam ‘Azra°îl’ wordt niet in de Qoerân vemeld). Hij brengt de ‘geesten’ van de goede overledenen naar ‘°illiyîn’, van de slechte naar ‘sidjîl’ ;
  4. Izrâfîl: op het einde der tijden zal hij op de ‘hoorn’ (‘as-soęr’) blazen. Een eerste maal, en dan sterven alle levende wezens. Een tweede maal: dan verrijzen alle wezens en begint de ‘Dag des Oordeels’ ;
  5. Al-Malâ’ikatoe ‘l-hafaza (beschermingsengelen);
    Al-Kirâman Kâtiboęn: aan de rechterkant van elke mens schrijft een engel zijn goede daden op, aan zijn linker zij n slechte ;
  6. Malâ’ikatoe ‘s-soe’âl: aan pas overledenen stellen deze engelen vragen over de grondslagen van het geloof en over hun daden ;
  7. Malâ’ikatoe ‘r-Rahma: de barmhartige engelen die de beloningen verdelen ;
  8. Malâ’ikatoe ‘l-°adzâb: de straffende engelen die straffen en boeten verdelen ;
  9. Hamalatoe ‘l-°arsji: vier grote engelen die het universum dragen; voor elke planeet afzonderlijk staan andere engelen in ;
  10. Ridwân: de engel van het Paradijs
  11. Zabâni of Mâlik: de engel van de Hel.



De studenten bestuderen vers 66/6 (in soera at-Tahrîm).
Aansluitend een lesvoorbereiding over het onderwerp.

CVO – INSTITUUT VOOR VOLWASSENENVORMIMG VAN HET GEMEENSCHAPSONDERWIJS – GENT

* Getuigschrift pedagogische Bekwaamheid *
Schoonmeerstraat 52 – 9000 GENT – Tel: 09/243 87 99

Pedagogisch Hoger Onderwijs van het Korte Type – Onderwijs Sociale Promotie 
Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid

FORMULIER VOOR LESVOORBEREIDINGEN






Algemene gegevens:

Student: Harrouch Ahmed 
Mentor: El Asjadi Mohamed 
Begeleider IVV: Luc Van den Broeck 
School: B.S.G.O. De Veerman 
Onderwijsvorm: Lager secundair onderwijs
Leervak: Islam
Jaar/klas: 1ste leerjaar B
Datum: 5 april 2000
Klaslokaal: islamitische godsdienst (101)
Lesuur: van 09.15 tot 10.05

Lesonderwerp: Engelen.



BEGINSITUATIE

De leerlingen weten dat het geloof in de engelen één van de zes basisprincipes van het geloof is.


DOELSTELLINGEN

· De leerlingen kunnen omschrijven wat engelen zijn en kunnen de functies van de engelen opnoemen.
· De leerlingen leggen de plaats uit van het geloof in engelen binnen de °aqieda (geloofsleer).
· De leerlingen voelen de complexiteit aan van Allah’s schepping.



BORDSCHEMA

BismiLlâhi ’r-Rahmâni ’r-Rahiem

Engelen


Eigenschappen

De engelen lijken niet op mensen.
De engelen eten, drinken of slapen niet.


Er zijn vier grote engelen. Deze zijn:

A.) Djibrîl
B.) Mika’iel
C.) Mâlik al-Maut (Azra°iel)
D.) Israfiel

Nog andere engelen

· De Schrijvers: Kirâman kâtibien
· De Ondervragers: Moenkar en Nakier.
· De Beschermers: Hafaza engelen.
· De bewaakengelen van het paradijs en de hel: Mâlik en Ridwân.




De Engelen


A. De eigenschappen van de engelen

Vandaag de dag is de wetenschap en de technologie enorm vooruitgegaan. Vele dingen die wij niet met het blote oog kunnen zien, bekijken wij met microscopen. Er zijn ook zaken die wij niet met de microscoop kunnen zien, vb. virussen, een atoomkern, elektriciteit, dé stormen die daken van huizen wegwaaien en ons verstand dat wonderen kan doen.
Allah heeft al de levende en niet levende wezens geschapen. Hij heeft ieder schepsel afzonderlijk een opdracht gegeven en heeft ze zodanig geschapen dat zij die opdracht aankunnen.

· De engelen zijn uit (Noęr) godsglans (licht) geschapen.
· Ze lijken niet op mensen.
· Ze eten, drinken of slapen niet.
· Er bestaan geen mannelijke of vrouwelijke engelen. Hierdoor kunnen ze niet huwen en zich niet vermenigvuldigen.
· Ze kunnen iedere vorm aannemen die ze wensen.
· Ze zijn met zo’n groot aantal dat ze niet in cijfers weergegeven kunnen worden. Enkel Allah weet met hoeveel ze zijn.
· Ze gaan niet buiten de opdrachten van Allah en werken hun opdrachten foutloos af.
· Ze plegen nooit zonde.
· Ze kennen enkel wat Allah hen laat weten.

De engelen houden van mensen die zich proper kleden, zich lichtjes parfumeren, aangename gespreken voeren en zich goed gedragen. Ze genieten ervan wanneer de Qoerân gelezen wordt. Van lastige geuren en van mondgeur houden ze niet. Ze worden verstoord wanneer vieze woorden worden uitgesproken.
Daarom moeten we letten op onze kledij, onze gesprekken en gedragingen. We moeten rein zijn en zeker op de geur van onze adem letten.


B. De Grote Engelen

Er zijn vier grote hoofdengelen. Deze zijn:

A.) ............................................................
Hij is de grootste der engelen en bevindt zich het korst bij Allah. Zijn opdracht is de boodschappen van Allah naar de profeten te brengen. Hij bracht ook de Qoerân aan onze Profeet. In de meeste gevallen kwam Djibrîl in de gedaante van een mens bij onze Profeet. Ze zaten samen en spraken met elkaar. Soms zagen de mensen een zeer mooie persoon met witte kleren bij onze Profeet zitten en ze beluisterden zelfs hun gesprekken. Ze dachten echter dat het een vreemde was die de Islam kwam leren. Onze Profeet heeft Djibrîl twee maal met het uiterlijk van een engel gezien.

“Deze Qoerân is een boodschap van een edele boodschapper Djibrîl, welke ook door andere engelen gehoorzaamd wordt en dat hij machtig is wordt bevestigd door de Heer van de Troon (wereld).”
(soęra At-Takwier, vers 19-21)

B.) ...................................................................
Zijn opdracht is het regelen van natuurgebeurtenissen zoals regen, sneeuw, aardbeving, enz...
Uit de wetenschap weten wij op welke manier regen en sneeuw ontstaan. Wat is dan de rol van Mika’iel? De definitieve vaststellingen van de wetenschap zijn tot op heden nooit tegenstrijdig geweest met onze godsdienst en dat zal ook nooit gebeuren. We weten dat er natuurwetten bestaan. Dat sneeuw en regen natuurlijke elementen zijn weten wij ook. We zeggen dat natuurwetten sneeuw en regen veroorzaken. Ja maar wie heeft deze wetten ontworpen? Natuurlijk is diegene die deze wetten heeft opgelegd, Allah. Met andere woorden: onder welke normen er sneeuw of regen moet vallen, wanneer het gaat stormen en onder welke omstandigheden er een aardbeving gaat plaatsvinden bepaalt Allah en laat Hij door Zijn engelen uitvoeren.
Onder deze grote engelen zijn er ook andere engelen die hem dienen. Mika’iel heeft engelen in dienst die over het ganse heelal verspreid zijn. Die voeren hun opdrachten onmiddellijk uit wanneer deze grote engel hen dat zegt. Natuurlijk krijgt Mika’iel zijn opdracht van Allah en deze opdracht speelt hij onmiddellijk door aan zijn engelen.
“Als iemand een vijand is van Allah, Zijn engelen, Zijn gezanten, Djibrîl en Mika’iel ... Allah is ook een vijand van de ongelovigen.”
(soęra Al-Baqara, vers 98)


C.) .............................................................................

Deze engel heeft de opdracht om levens (zielen) mee te nemen. Maar hij zal geen enkele ziel uit eigen initiatief meenemen. Hij doet alleen wat Allah hem verplicht. Het leven wordt door Allah aan de mens voor een bepaalde tijd toevertrouwd. Wanneer de Almachtige Heer dit na een tijd terug wenst, zijn wij verplicht om onze ziel aan zijn werkelijke eigenaar terug te geven. Zoals jullie zien, is Azra’iel enkel een tussenpersoon. Hij is ook maar een dienaar.
Degenen die in Allah met heel hun hart hebben geloofd, Hem hebben gediend en goede zaken hebben verricht, zullen geen pijn lijden tijdens het sterven. De engelen die de zielen meenemen van de mensen die in Allah geloven zijn zacht. Zij houden van de gelovigen en zullen hen nooit kwellen of pijn doen. De engelen die de zielen van de ongelovigen meenemen zijn ruw.
“En Hij is de beheerser die boven Zijn dienaren staat en Hij zendt bewaarders voor jullie zodat wanneer de dood tot een van jullie komt, onze gezanten hem wegnemen, zij veronachtzamen niets.”
(Soęra Al-An°aam, vers 61)

D.) .........................................................................

Deze engel heeft de opdracht om bekend te maken dat de Dag der Opstanding is gekomen. De Dag der Opstanding betekent, dat er een einde is gekomen aan het ganse heelal, dat er dus een einde gekomen is aan de maan, de sterren, de planeten, enz...
Hoe zal dit heelal vergaan?
Als er een einde komt aan het heelal, zal Allah het aan Israfîl bekend maken, en Israfîl zal dan onmiddellijk op de hoorn (Soęr) blazen.
Wat is deze (Soęr)?
Het is iets dat een schrikaanjagend geluid maakt. Dit geluid zal zich over het ganse heelal verspreiden en al de levenden die het horen zullen onmiddellijk sterven. Door dit geluid zal ook alles in de hemel uit elkaar spatten. De maan en de sterren zullen ontploffen. Wanneer die dag komt kan niemand voorspellen. Alleen Allah weet het, zelfs Israfîl kan het niet weten. Maar diegenen die in Allah geloven zullen de ernst van die dag niet meemaken want Allah zal hun zielen eerder meenemen. Op de Dag der Opstanding zullen alleen slechte mensen en degenen die niet in Allah geloven overblijven.
Na de eerste Soęr zullen er geen levenden meer overblijven dan Allah. Na een tijdje, wanneer Allah het wenst, zal Hij Israfîl terug leven geven. Hij zal dan voor de tweede keer op de Soęr blazen. De mensen die het geluid van de soęr horen zullen terug leven. Ze zullen opstaan alsof ze uit hun slaap wakker worden. Daarna zullen ze naar de plaats van de Mahsjar gaan.
Mahsjar is de plaats waar de mensen voor Allah moeten verantwoorden wat ze op de aarde (in het leven) gedaan hebben.




C. Nog andere engelen

A. De Schrijvers: ....................................................

Langs de rechter en de linkerkant van iedere mens bevinden zich twee engelen die alles opschrijven wat die mens zegt en doet. De ene aan onze rechterkant schrijft de goede daden op de andere aan onze linkerkant schrijft de slechte daden op. Op die manier wordt ons ‘Schrift’ bijgehouden.


B. De Ondervragers: .................................................

Het zijn de engelen die de ondervraging houden. Ze vragen: “Wie is je God? Wie is je Profeet? Wat is je geloof? ...” wanneer een mens in zijn graf ligt


C. De Beschermers: ..................................................

Ze zijn steeds bij de goede mensen die in Allah geloven en ze gaan nooit van hen weg. Wanneer de gelovigen zich in een moeilijke toestand bevinden en hulp vragen aan Allah, geeft Allah aan die engelen de opdracht om die mensen hulp te bieden. 


D. De bewaakengelen uit het paradijs en de hel: ………………………………… 
…………….....................…………………........................... 

De ‘Ridwân’-engel bewaakt de poorten van het paradijs (djanna).
Mâlik bewaakt de poorten van de hel (djahannam).



Buiten de bovengenoemde engelen zijn er ook nog andere engelen die ononderbroken smeekbedes tot Allah richten.

Top


Het geloof in de Boeken



A. Wat betekent dit eigenlijk ?

Allah heeft verschillende Boeken aan zijn Profeten geopenbaard, "gegeven" via de engel Djibriel. Dat wil zeggen dat Allah bepaalde dingen aan een Profeet heeft meegedeeld en dat werd dan geschreven, zoals jij alles opschrijft als je bijvoorbeeld boodschappen moet gaan doen voor je mama. Je doet dat om niets te vergeten.
Wel, zo is het ook gegaan met de Boeken van Allah; de vrienden van de Profeten schreven alles op, zodat ze het konden doorgeven aan hun kinderen en die dan weer aan de hunne. 

B. Welke zijn de Boeken van Allah?

Almachtige Allah heeft aan alle volkeren profeten gestuurd om zijn opdrachten en verboden kenbaar te maken. Aan een gedeelte van deze profeten heeft Hij Boeken gestuurd. Aan een groot gedeelte van de Profeten werd geen Boek gezonden. Zij hebben zich gericht naar de Boeken van de Profeten vóór hen. Er werden kleine en grote boeken toegezonden. De kleine Boeken bestaan uit pagina’s en worden SOEHOEF genoemd en werden o. a. aan de Profeet Ibrahîm toegezonden.

In verband met de Koetoeb:

1. DE TAURAAT ( DE THORA), werd aan de Profeet MOĘSÂ, MOZES gegeven. De Thora, het boek van de Joden, vindt er zijn oorsprong.
=) MOZES.

2. DE ZABOĘR ( DE PSALMEN), werd aan de Profeet DAWOĘD, DAVID gegeven en is samengevoegd met de Thora. Thora en Zaboęr worden met andere teksten samengevoegd; de Joden noemen dat geheel eveneens ‘Thora’. Voor de christenen gaat het om het Oude Testament.
=) DAVID

3. DE INDJIEL (HET EVANGELIE), werd aan de Profeet °ISÂ, JEZUS gegeven. Deze naam wordt ook gebruikt voor het Boek van de Christenen. Dit Boek wordt ook Nieuw Testament genoemd. 
=) JEZUS.

4. DE QOERÂN werd aan de Profeet MOEHAMMAD gegeven en is het Heilige Boek van de Moslims.


C. De Qoerân "het laatste boek", wat staat er allemaal in?

Wanneer wij een brief of informatie krijgen van een geliefde persoon die wij al lang niet meer gezien hebben, zijn we zeer blij en geven we veel waarde aan die brief of informatie. Aan de brief die Allah ons gezonden heeft geven wij helaas zeer weinig aandacht, hoewel Hij onze Schepper is en ons meer lief heeft dan wie dan ook. Allah heeft ons, via onze Profeet, een Boek gezonden dat de ................. heet. In dit Boek staan de woorden, de geboden en verboden van onze Almachtige Heer Allah opgeschreven en de wegen om op aarde en in het Hiernamaals gelukkig te leven. De Qoerân bestaat enkel uit de woorden van Allah. Onze Profeet heeft vanaf de eerste jaren van zijn Profeetschap aandachtig opgelet dat zijn eigen woorden niet in de Qoerân werden genoteerd en hierdoor verwarring zouden zaaien. Nadat het gevaar geweken was, heeft hij aan diegenen die zijn uitspraken wilden schrijven de toelating gegeven. De Qoerân is via de ‘wahie’ gekomen. Wahie betekent:…………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………... 

Onze Profeet liet de boodschappen van Allah opschrijven door de mensen die bij hem in dienst waren en liet die uit het hoofd leren. Diegenen die de Qoerân opgeschreven hebben noemen wij “wahie Schrijvers”. Op deze manier werd de Qoerân in 23 jaren vervolledigd. Meestal kwam het in de vorm van ‘ayât’, ofwel in de vorm van een ‘soęra’. 

De kleine gedeelten van de Qoerân die uit één of enkele zinnen bestaan noemen wij Ayât (.............). 
In de Qoerân tellen we 6.666 verzen. 
Deze verzen zijn samengebracht in 114 soęra’s. 
De eerste soęra is soęra ..………... en de laatste soęra is de soęra ..………………... 
De langste soęra is de soęra ………………………….. en de kleinste is de soęra ……………………………… 

De soęra’s en de verzen staan gerangschikt zoals onze Profeet het gedaan heeft. Zolang hij leefde kwamen er wahies. De verschillende ……… zijn in de tijd van Aboę Bakr samengebracht in de vorm van een boek en in de tijd van °Oesmaan werd deze tekst vermenigvuldigd en verspreid.

De Qoerân werd aan onze Profeet in het Arabisch geopenbaard. De Qoerân is in alle wereldtalen vertaald. Deze vertalingen zijn zeker niet gelijkwaardig aan de Qoerân. Het is niet mogelijk om de Qoerân in alle details te vertalen. De schoonheid van de Qoerân vindt men niet terug in de vertalingen. Daarom lezen wij tijdens het gebed niet de vertaling maar wel de Arabische Qoerân zelf. Naast het lezen van de Qoerân is ook het begrijpen zeer belangrijk. We zouden de vertalingen van de Qoerân moeten lezen in de taal die wij spreken om de plichten en de verboden van Allah te leren.



D. Welke zijn de eigenschappen van de Qoerân?

=) het meest volmaakte boek
=) het laatste Boek
=) geschreven en geopenbaard in de Arabische taal
=) eeuwig
=) niet nabootsbaar "niemand kan de Qoerân namaken".


Opmerking : 
De moslims volgen de leer van de Qoerân "het laatste boek", omdat de Qoerân het enige Boek is dat zijn oorspronkelijke vorm nog heeft. De andere boeken zijn niet echt meer geldig omdat ze werden vervormd.

Top


Het geloof in de Profeten


1. Inzake de verplichting voor moslims te geloven in de Profeten, verwijzen we naar 2/285, 4/150-152 en de hadîs Djibrîl.

2. Het verschil tussen een ‘Profeet’ en een ‘Boodschapper’

3. Hun aantal
Volgens een hadîs overgeleverd door Aboę Dzarr al-Ghifârî antwoordde de Profeet hem op zijn vraag hoevele profeten Allah heeft gestuurd: “124.000 en onder hen 313 boodschappers.”

4. Heeft Allah hen allemaal vernoemd in de Qoerân? Neen, slechts 25 of 26.

5. Een aantal namen zijn ons dus bekend uit de Qoerân (o.a. al-An°âm, 6/84 - 85):

  1. Âdam
  2. Idrîs (Henoch)
  3. Noęh (Noach)
  4. Hoęd
  5. Sâlih 
  6. Ibrahîm (Abraham)
  7. Loęt (Lot)
  8. Isma°îl (Ismaël)
  9. Ishâq (Izaak)
  10. Ya°qoęb (Jacob)
  11. Yoęsoef (Jozef)
  12. Ayyoęb (Job)
  13. Sjoe°ayb (Jethro)
  14. Moęsâ (Mozes)
  15. Hâroęn (Aron)
  16. Dâ’oęd (David)
  17. Soelaymân (Salomo)
  18. Ilyâs (Elias)
  19. Al-Yasa°a (Elisa)
  20. Yoęnoes (Jonas)
  21. Dzoę ‘l-kifl
  22. Zakariyyâ (Zacharias)
  23. Yahyâ (Johannes)
  24. °Isâ (Jezus)
  25. Moehammad (Mohammed)



Sommigen voegen hier de ‘Asbât’ (de Profeten van de Joodse stammen) aan toe.
Onterecht worden ook de volgende vrome gelovigen onder de profeten gerekend: Dzoę‘l-Qarnayn, Toebâ° en al-Chidr.

In hun lesvoorbereidingen maken de studenten een onderscheid tussen de profeten u die ook in de Bijbel worden vernoemd, en de louter Qoerânische. Binnen deze laatsten wordt een bijzondere melding gemaakt van de profeten u die naar een Arabische stam gestuurd werden die hen niet heeft gevolgd. Deze volkeren worden bestraft en behoren tot de ‘verdwenen Arabische stammen’: het volk van Hoęd en dit van Sâlih. 
De niet-Bijbelse profeet Sjoe°ayb u (die waarschijnlijk overeenstemt met de Bijbelse Yethro) werd gestuurd naar het volk van Madyân.

Inzake de profeten u die zowel in de Qoerân als in de Bijbel vermeld worden: 
- Idrîs die gesitueerd wordt tussen Âdam en Noach.
- De niet-Joodse profeten u: Abraham, Lot (volgens de Bijbel Abrahams neef), Ismaël en Izaak.
- De zoon van Izaak, Jacob wordt ook ‘Israël’ genoemd en van zijn 12 zonen komen de 12 stammen van Israël voort.

6. Welke zijn de ‘roesoęl dzoę ‘l-°izza’: ik verwijs naar Al-Ahzâb/7 en as-sjoęra/13.

7. Welke zijn de eigenschappen van de Profeten:

  1. Al-°Isma: Na het profeetschap begaan ze geen zonde, zonder onmiddellijk door God terechtgewezen te worden
  2. Al-Amâna: ze liegen nooit
  3. As-Sidq: ze zijn volledig berouwbaar
  4. Al-Fatâna: ze beschikken over een geďnspireerde intelligentie 
  5. Al-Balâgha: het doorgeven van een goddelijke boodschap.


Deze classificatie vinden we vooral bij de hanafi-theologen. De salafi-stroming vindt dit allemaal maar niks, en baseert zich uitsluitend op Qoerân en hadîs:

  1. Het gaat om mensen (Kahf/110)
  2. Het gaat om mannen
  3. Ze brengen de openbaring in de taal van hun volk (Ibrahîm/4)
  4. Ze hebben allemaal nederige beroepen uitgeoefend (hadîs)
  5. Ze stammen van edele families (hadîs)
  6. Ze hebben een perfect gedrag
  7. De ogen van de Profeten slapen, maar hun hart is wakker (hadîs)
  8. De Profeten worden begraven waar ze overlijden (hadîs)
  9. De lichamen van overleden profeten worden niet verteerd (hadîs)
  10. Profeten zijn onfeilbaar in het doorgeven van hun boodschap. De meeste geleerden voegen hieraan toe dat ze, ook voor het profeetschap, geen grote zonden kunnen verrichten. Onenigheid bestaat er onder de geleerden inzake de kleine zonden.



8. Welke zijn de functies van de Profeten?

  1. Het letterlijk doorgeven van de ‘Boodschap' (5/67) en het uitleggen ervan
  2. De predikatie: het verkondigen van het Goede Nieuws en het waarschuwen voor het Oordeel; het hervormen en het zuiveren van het gedrag 
  3. Leiding geven aan de gemeenschap


Top


Het geloof in de Dag Des Oordeels:




LEVEN NA DE DOOD

Na de dood begint ook het leven in ons graf. Eerst zien we de engelen Moenkar en Nakir, die ons de vragen “Wie is je god?, Wat is jouw godsdienst?, Wie is jouw Profeet? …” zullen stellen.

Nadat de engel Israfiel voor de eerste keer op de hoorn heeft geblazen, breekt de laatste dag aan en alles zal vergaan. Wanneer er voor de tweede keer op de hoorn geblazen wordt (de Dag der Opstanding) zal iedere mens uit zijn graf opstaan, zoals dat ook bij de planten gebeurt wanneer het lente wordt. Daarna zullen we allemaal naar de Mahsjar-plaats gaan, waar we ondervraagd zullen worden door Allah.


DE DAG DES OORDEELS

Mahsjar is de plaats waar al de mensen die ooit hebben geleefd, terug zullen herrijzen en bijeen zullen komen. Die dag noemt men de Dag des Oordeels. 

Geloof in het hiernamaals, een eeuwig leven dat begint nadat we voor Allah zijn verschenen op de laatste dag, is een ander belangrijk onderdeel van de moslim overtuiging. Zoals in veel Qoerânverzen staat vermeld: het leven van deze wereld is slechts een klein onderdeel van het totale bestaan. Die verzen informeren ons over de realiteit van een ander leven dat enorm verschilt van het leven op aarde en geen einde kent. Toch spreekt de Qoerân erover in termen als tuinen waar doorheen rivieren stromen.
De dag dat we voor de Schepper worden gebracht zal aan niemand ongemerkt voorbij gaan. Het is een dag waarop niemand heeft gerekend op het moment dat hij plaatsvindt. Vele verschrikkingen zullen zich op die dag afspelen. Kinderen zullen grijze haren krijgen; de moeder zal van haar kind wegvluchten en de kameel zal haar jong verlaten. De Qoerân zegt in dit verband:

“ Hoe zult U zich beveiligen tegen deze dag, als U willens en wetens niet gelooft? Een dag waarop kleine kinderen van schrik grijze haren zullen krijgen. Die dag zal de hemel uiteen splijten, en Zijn belofte zal worden vervuld ...”  (73:17)



Op die dag zullen de mensen opstaan uit hun graven, dat wil zeggen alle mensen die ooit op aarde hebben geleefd zullen samenkomen, nadat ze zijn opgewekt zoals ze eens werden geschapen. Dit is het moment waarop duidelijk wordt hoe belangrijk onze persoonlijke verantwoordelijkheid ten opzichte van onze Schepper is.


HET PARADIJS

Het paradijs (Djanna) is de naam van de plaats waar de goede mensen beloond zullen worden. Het leven in het paradijs is heel anders dan het leven hier op aarde. De Profeet zegt hierover: “Aan degenen in het paradijs zal er gezegd worden: Jullie zullen altijd gezond blijven, nooit ziek worden. Jullie zullen eeuwig blijven, nooit sterven. Jullie zullen altijd jong blijven, nooit oud worden. Jullie zullen alles hebben wat jullie wensen.”


DE HEL

De hel (‘Djahannam’) is de plaats voor diegenen die slecht zijn. De mensen die niet gedaan hebben wat Allah van hen vroeg, die anderen onrecht hebben aangedaan zullen daar gestraft worden. De lichtste straf wordt als volgt door onze Profeet beschreven: “Door de pijn van het vuur dat in de holte van je voet wordt gelegd, zullen je hersenen beginnen te koken.” Degenen die in de hel komen zullen in twee groepen gesplitst worden: De eerste groep zal in de hel blijven. Dat zijn diegenen die niet in Allah geloofden en de profeten niet hebben gevolgd. De tweede groep zal in de hel blijven tot ze hun straf hebben volbracht. Dit zijn de mensen die wel geloofden in Allah en wel aanvaardden wat de profeten predikten, maar door de duivel zijn overhaald geweest om fouten te begaan.

TOELICHTING TER BEHOEVE VAN DE ERASMUSSTUDENTEN


Het geloof in de Dag van het Oordeel is één van de meest complexe van de islamitische ‘aqîda’, omdat de meeste godsdienstgeleerden zich niet alleen op de ‘hadîs moetawâtir’ (overgeleverd door vele sahâba) baseren, maar ook op da ‘hadîs ahad’ (doorgegeven door één sahâbi of ten hoogste drie). 
De aspecten die behandeld worden omvatten: 

I. De dood.

De studenten kennen in deze context de âya’s 55/26-27, 21/34 en 3/185. De slaap wordt beschouwd als ‘de kleine dood’, cfr. 39/42.

II. Na de dood.

Cfr. de hadîs opgenomen o.a. in de Moesnad van Ibn Hanbal overgeleverd door Al Barâ ibnoe °Azîz, en deze opgenomen in de Sahîh van Boechâri overgeleverd door Anas.

Uit beide hadîs kunnen volgende lessen getrokken worden:

  1. De Engel des Doods wordt vergezeld van een groep engelen die de ziel naar de zevende Hemel moeten meenemen.
  2. De ziel van de gelovige heeft hier geen enkele moeite mee. Ze wordt opgevangen en toegesproken met de mooiste namen, in tegenstelling tot de ongelovige.
  3. De gelovige zal geen enkele moeite hebben met het beantwoorden van de vragen gesteld door de engelen in tegenstelling tot de ongelovige.



De Barzach

De ‘Barzach’is de tussenwereld tussen deze wereld en het Hiernamaals, evenals wat er na dit leven gebeurt. 

De studenten werken de informatie uit bevat in ‘Al-Moeminoęn’ 99-100;


De kastijding in het graf

De studenten werken de informatie uit bevat in ‘Al-An°âm’ 93, ‘al-Ghâfir’ 45-46.

Cfr. Ook de hadîs, moettafiqâni °alayhi, overgeleverd door °Aisja inzake de Joodse vrouw die bij haar binnenkwam en haar zei: “Moge Allah u behoeden voor de kastijding van het graf.”, waarop °Aisja naar de Profeet is gegaan die haar de waarheid van deze kastijding bevestigd heeft.

De moslim martelaar ondergaat deze kastijding niet.

De Dag van de Opstanding


De kleine tekenen die de Dag aankondigen

Ze hebben vooral te maken met:
- de ontknoping van de teloorgang van de typisch islamitische sociale relaties (moe°âmalât)
- de volledige ontaarding van de menselijke natuur

De grote tekenen

a) De zon komt op in het Westen
b) Het ‘Beest’ komt tevoorschijn
c) De Valse Messias
d) De terugkeer van Jezus
e) Gog en Magog
f) Een wind neemt de zielen van de moslims met zich mee

De onderdelen van de Dag van de Opstanding:

a) De Opstanding zelf
23/15-16, 22/6-7, 58/6, etc.

b) De grote Verzameling
2/203, 18/47, 10/45, etc.

d) Het Oordeel
84/7-12, 41/20, etc

e) De registers van de daden –goed en slecht

f) De balans
21/47

g) De brug

h) Het waterbekken
Al-Kausar

i) De bemiddeling

ij De Hel

k) Het Paradijs

l) Het aanschouwen van Allah

Top